Athene Noctua Advies, bureau voor (bouw)fysica, binnenmilieu en bouwpathologieschimmelgroei tegen een buitenmuur ten gevolge van bouwvochtszoutuitbloei in een historische kelder na het injecteren tegen optrekkend vochtvorstschade gevolge van lekkages
Actueel
Lees de column van Cornelis en Catherina

Vogelaar: 'Ramen moeten open kunnen'
Persbericht Vrom 04-04-08

Minister Vogelaar wil dat in alle ruimten van huizen ramen zitten die open kunnen. Ze zei dit tijdens een debat in de Tweede Kamer over het binnenhuisklimaat. 'Als de aardappelen aanbranden, moet er een raampje open kunnen', aldus Vogelaar.

Tijdens het debat kwam ook een recente uitzending van het tv-programma Zembla ter sprake. Hierin stelde een hoogleraar dat een energiezuinige woning ook een ongezonde woning is. Gezinnen in de Amerfoortse wijk Vathorst klagen over gezondheidsproblemen door het gebruik van het energiezuinige balansventilatiesysteem.

Minister Vogelaar wil snel met de betrokken partijen (gemeente, bouwbedrijven en woningcorporaties) om tafel om de problemen op te lossen.


Gemeentes bereiden zich voor op de ontwikkelingen

De vakgroep Bouwen en Wonen (BoWo) organiseert in april samen met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland een aantal studiebijeenkomsten over het binnenklimaat op scholen aan de hand van de Haagse methode. Aanleiding hiervoor is een reeks onderzoeken waaruit duidelijk blijkt dat het daarmee slecht gesteld is. Het kabinet komt later dit jaar met een convenant, wij komen nu al met de praktijk! Meerdere partijen die al actief bezig zijn het binnenmilieu op scholen te verbeteren laten zien hoe zij dat aanpakken. Meer informatie >>

Wet Kinderopvang pakt niet goed uit voor binnenmilieu; de markt doet nog niets voor de gezondheid van kinderen.

Artikel F.DUIJM, MILIEUARTS KENNISCENTRUM MILIEU & GEZONDHEID; GGD’S GRONINGEN, FRYSLÂN

Per 2005 is de wet Kinderopvang in de plaats gekomen van de uiteenlopende gemeentelijke verordeningen. De wet verplicht onder andere tot toezicht op kwaliteit en risico’s. Een uitzending van Tros Radar liet zien dat het binnenmilieu daar niet beter van wordt. Volgens TNO zijn ook de voorschriften voor ventilatie in het Bouwbesluit ontoereikend. Daardoor bestaan diverse gezondheidsrisico’s.

gezondheid

Kinderen die thuis blijven hebben minder infectieziekten dan kinderen die naar een kinderdagverblijf gaan. Dat kan goed zijn voor hun weerstand, maar het gaat niet alleen om snotteren en diarree. In een crêche bestaat waarschijnlijk ook een verhoogde kans op ernstige ziektes of complicaties, zoals longontsteking, middenoor-ontsteking, gehoorproblemen en hersenvliesontsteking. Hoe meer kinderen in een ruimte, des te meer steken ze elkaar aan. Een onderzoeker berekende dat het aantal ziektedagen met 10% daalt per vierkante meter extra vloeroppervlak per kind. Een ander constateerde dat hoe meer crêche-kinderen buiten spelen, des te minder ze ziek zijn. Verder kan astma of eczeem in de kinderopvang verergeren door blootstelling aan allergenen. En er zijn aanwijzingen dat de kans op wiegendood in crêches hoger is dan huis, mogelijk ten gevolge van slechte ventilatie, infecties, meervoudig gebruikte bedjes of stress.

gebouw

Het is gebleken dat de ventilatie gemiddeld het ongunstigst is bij kinderopvang in panden die gebouwd zijn als woning. Maar ook sommige voormalige schoolgebouwen scoren slecht en zelfs gebouwen die ontworpen zijn voor kinderopvang. De ventilatievoorzieningen zitten laag en veroorzaken tocht. De mechanische ventilatie maakt teveel lawaai in de stand waarin hij zou moeten staan voor voldoende luchtverversing. Dat mag volgens het Bouwbesluit. De voorschriften voor de capaciteit van de ventilatievoorzieningen zijn slechts gericht op het beperken van geurhinder. Het gaat alleen om theoretische capaciteit die in de praktijk niet bruikbaar hoeft te zijn. Er is geen eis gesteld aan de geluidproductie van de eigen mechanische ventilatie. En de installatie hoeft in een laagstand niet aan de voorschriften te voldoen. Maar zelfs als hij de capaciteits-eis zou halen, stelt het Bouwbesluit die eis in sommige situaties nog een kwart lager dan de aanbeveling van de Gezondheidsraad voor woningen. Ook voor temperatuur gelden geen adequate voorschriften. Het Bouwbesluit garandeert geen gezond gebouw.

kwaliteit

De houder van een kinderdagverblijf is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit. Hij kan kiezen voor meer ruimte per kind en voor een langer verblijf buiten. Sommige kinderdagverblijven zijn zo slim baby’s buiten te laten slapen in een traditionele Groninger slaapcabine. De ondernemer kan textiel zo kiezen dat het heet gewassen kan worden en hij kan zorgen dat dit frequent gebeurt, zodat het minder allergenen bevat. Hij kan er tevens voor kiezen om de ventilatievoorzieningen ruimer te dimensioneren dan het wettelijke vereiste minimum. Hij kan kiezen voor een installatie die stil is, ook in de stand met voldoende luchtverversing. En hij kan zorgen voor goede zonwering en voor spuivoorzieningen of ventilatoren die de lucht in beweging houden wanneer het heet is. Maar of hij het doet, hangt af van zijn inschatting van kosten en baten. De gezondheidswinst komt niet ten goede aan het bedrijf. De ziektekosten drukken niet op de exploitatie omdat ze per geval juridisch niet toegerekend kunnen aan de kinderopvang. Het bedrijf kan zich positioneren met extra aandacht voor gezondheid. Dat zal echter nauwelijks meer omzet opleveren. Ook de sector als geheel heeft geen drijfveer om gebruik te maken van de nu geboden ruimte voor zelfregulering als het gaat om binnenmilieu.

toezicht

De ventilatievoorzieningen zijn te controleren door Bouw- en Woningtoezicht. Deze gemeentelijke afdeling heeft de bevoegdheid op te treden als het gebouw niet aan de voorschriften voldoet. Dat krijgt vaak weinig prioriteit omdat veel gemeenten net als het rijk vinden dat de markt dit soort problemen moet oplossen. Toezicht op hygiëne, veiligheid en milieu is ook een gemeentelijke verantwoordelijkheid.. In de wet op de Kinderopvang is vastgelegd dat het bedrijf zelf een risico-inventarisatie uitvoert. De houder geeft aan waar de knelpunten zitten en hoe hij die gaat oplossen. De toetslijst vraagt wel aandacht voor binnenmilieu maar slechts op een algemeen niveau. De vragen zijn te vrijblijvend en voorkomen niet dat om een ongezonde situatie optreedt. Ook ontbreken er belangrijke aandachtspunten, zoals de zijkant van wiegjes. Die mogen de ademhaling niet belemmeren volgens een Europese norm. Dit punt staat evenmin in de toetslijst veiligheid. Namens de gemeente controleert de GGD jaarlijks de lijsten en de oplossingen. Daarbij gaat het primair om de volledigheid. De inspecteur kan wel even kijken of de lijst ongeveer overeenstemt met de praktijk. Maar de vragen zijn te vrijblijvend om problemen zomaar op te merken.

controle

Steekproefsgewijs controleren GGD’s of er gezondheidsrisico’s bestaan. In een vorig jaar verschenen rapport meldt de Inspectie Werk & Inkomen dat slechts 38% van de gemeenten onaangekondigde inspecties laat uitvoeren. Ze kunnen daarbij een thema kiezen zoals binnenmilieu. Maar het is niet gebruikelijk dat gemeenten die keuze maken. Zelfs als dat wel zou gebeuren, zeggen de uitkomsten weinig over het binnenmilieu. Er worden bijvoorbeeld geen metingen gedaan. En als beoordelingscriterium is alleen een ‘oplossingenlijst’ beschikbaar. Als een GGD maatregelen nodig vindt, kan een lastige discussie ontstaan omdat er geen hard wettelijk toetsingskader is. Een GGD kan ook niet zelf criteria opstellen en opleggen, omdat de Wet Kinderopvang bedoeld is om landelijk uniforme voorschriften vast te stellen. De GGD’s hebben gezamenlijk wel gezondheidkundige toetswaarden voor CO2 geformuleerd om de ventilatie te beoordelen. Volgens die toetswaarden is de luchtverversing in de kinderopvang vaak onacceptabel, maar daarmee valt een behoorlijke ventilatie nog niet af te dwingen. Bovendien heeft de GGD zelf geen bevoegdheid om sancties op te leggen behalve een waarschuwing of een schriftelijk bevel. Dat draagt niet bij aan het versterken van positie van de inspecteurs.

aanpak

De wet Kinderopvang is sinds begin 2005 in werking, maar er zijn geen aanwijzingen dat het binnenmilieu daar beter van wordt, laat staan dat de bovengenoemde gezondheidsproblemen worden opgelost. Het beleid gaat ervan uit dat de markt zorgt voor kwaliteit. De ouders kunnen hun kinderen naar een crêche brengen met een goed binnenmilieu. Maar dan moeten ze eerst weten welke gezondheidsrisico’s er bestaan per crêche. Met het huidige systeem komt een ongezond binnenmilieu niet in beeld. De ondernemer kan kinderopvang aanbieden met een gezond binnenmilieu. Maar dan zullen in de andere crêches de gezondheidsrisico’s blijven bestaan. Om overal in de kinderopvang een gezond binnenmilieu te krijgen moet de overheid invloed op de sector uitoefenen. Met doelgerichte afspraken of met financiële voordelen. Zou het niet simpeler en effectiever zijn de regelgeving aan te scherpen?

Dit artikel verscheen eerder op de website van BOink

   © Copyright TAAK Ned. B.V. All Rights Reserved | Site by OCC | Algemene voorwaarden | Disclaimer