Athene Noctua Advies, bureau voor (bouw)fysica, binnenmilieu en bouwpathologieschimmelgroei tegen een buitenmuur ten gevolge van bouwvochtszoutuitbloei in een historische kelder na het injecteren tegen optrekkend vochtvorstschade gevolge van lekkages
Actueel
Lees de column van Cornelis en Catherina

Vogelaar: 'Ramen moeten open kunnen'
Persbericht Vrom 04-04-08

Minister Vogelaar wil dat in alle ruimten van huizen ramen zitten die open kunnen. Ze zei dit tijdens een debat in de Tweede Kamer over het binnenhuisklimaat. 'Als de aardappelen aanbranden, moet er een raampje open kunnen', aldus Vogelaar.

Tijdens het debat kwam ook een recente uitzending van het tv-programma Zembla ter sprake. Hierin stelde een hoogleraar dat een energiezuinige woning ook een ongezonde woning is. Gezinnen in de Amerfoortse wijk Vathorst klagen over gezondheidsproblemen door het gebruik van het energiezuinige balansventilatiesysteem.

Minister Vogelaar wil snel met de betrokken partijen (gemeente, bouwbedrijven en woningcorporaties) om tafel om de problemen op te lossen.


Gemeentes bereiden zich voor op de ontwikkelingen

De vakgroep Bouwen en Wonen (BoWo) organiseert in april samen met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland een aantal studiebijeenkomsten over het binnenklimaat op scholen aan de hand van de Haagse methode. Aanleiding hiervoor is een reeks onderzoeken waaruit duidelijk blijkt dat het daarmee slecht gesteld is. Het kabinet komt later dit jaar met een convenant, wij komen nu al met de praktijk! Meerdere partijen die al actief bezig zijn het binnenmilieu op scholen te verbeteren laten zien hoe zij dat aanpakken. Meer informatie >>

Fogging: het zichtbaar worden van semi-vluchtige stoffen

Inleiding

Het plotseling zwart worden van woningen werd voor het eerst in de zeventiger jaren in Duitsland gesignaleerd. De vervuiling - een zwarte aanslag - is vooral zichtbaar op wanden en plafonds. Ook wordt ze aangetroffen op kunststof voorwerpen. De zwarte aanslag laat zich nauwelijks verwijderen met de normale schoonmaak- en oplosmiddelen. Bewoners ervaren het als heel verontrustend dat de aanslag binnen een periode van enkele weken tot maanden steeds ernstiger wordt Er zijn zelfs gevallen bekend dat de woning binnen enkele dagen zwart geworden is.

Tot halverwege de negentiger jaren trok het fenomeen vooral de aandacht van niet-erkende Sachverständigen en instituten zoals AGÖF. Deze gaven aan het fenomeen de naam fogging, een begrip uit de automobielindustrie. Bij nieuwe auto's kan er aan de binnenzijde een kleverige film ontstaan ten gevolge van het uitwasemen van semivluchtige organische stoffen. Er is zelfs een norm voor het testen van materialen op de gevoeligheid voor fogging (DIN 75201).

De laatste tien jaar neemt het aantal meldingen sterk toe. Opvallend is dat de klachten zich vooral in Duitsland lijken voor te doen. In 1996 is het Bundesumweltamtes in 1996 begonnen met het inventariseren van de klachten. Sedert 1997 wordt daarvoor een vragenlijst gebruikt. Uit deze inventarisatie en andere komen een aantal opvallende punten en overeenkomsten naar voren:

  • In 90 % van de gevallen zijn de woningen onlangs gerenoveerd dan wel geschilderd;
  • De problemen treden op tijdens het stookseizoen. In sommige gevallen verdwijnt deze tijdens de zomer en om vervolgens bij het begin van het nieuwe stookseizoen terug te komen;
  • In een periode van enkele dagen tot maanden neemt de vervuiling flink toe;
  • De vervuiling komt zowel voor op wanden als op plafonds. Ook wordt de aanslag aangetroffen op kunststoffen;
  • De vervuiling is meestal niet gelijkmatig;
  • De vervuiling is op plaatsen met een lagere oppervlaktetemperatuur zoals hoeken het sterkst;
  • Achter schilderijen e.d. treedt geen vervuiling op;
  • De vervuiling treedt meestal slechts op in een enkele woning; Roken in de woning lijkt van geen invloed te zijn.

Verder komt naar voren dat er in deze woningen regelmatig problemen zijn met statische elektriciteit. Helaas zijn er geen gegevens bekend over het ventilatievoud van de getroffen woningen. Evenmin van de relatieve vochtigheid.

Hypothesen over de oorzaak

Op basis van het schadebeeld - een zwarte aanslag die visueel overeenkomt met roet - ligt het voor de hand om uit te gaan dat verbrandingsproducten de oorzaak zijn.
Tappier e.a. [1] hebben van een aantal gevallen aangetoond dat een niet meer in gebruik zijnde of slecht functionerende schoorsteen als de waarschijnlijke bron aangewezen kon worden. Soms kwamen zij tot de conclusie dat uitlaatgassen uit onder de woning liggende garage via luchtlekken doordrongen in de woning. Het versmeulen van stof kon soms als oorzaak aangewezen worden. Ook het branden van kaarsen kwam als oorzaak in aanmerking.
Op basis van de omstandigheden na renovatie en het verdwijnen van de vervuiling in de zomer - gaan auteurs zoals Scholz e.a. [2] ervan dat oplosmiddelen uit verf de oorzaak van het probleem zijn. Met name de semi-vluchtige componenten zouden de hoofdoorzaak zijn.

Laboratoriumonderzoekingen

Beide hypothesen worden nauwelijks onderbouwd door laboratoriumonderzoekingen. Microscopisch onderzoek laat een grote spreiding van de aangetroffen stoffen zien. Zelden zijn het roetdeeltjes. In 1 geval werden grote aantallen springstaartjes - een microorganisme - in het monster aangetroffen.

Eén van de problemen bij de monstemame is dat de aanslag zeer dun is. Waarschijnlijk slechts enkele moleculen dik. Verder laat de aanslag zich zeer slecht verwijderen door oplosmiddelen. Hierdoor moet er rekening mee worden gehouden dat ook opgeloste stoffen uit de ondergrond in het monster terecht komen. In de praktijk zijn alleen van glas en email goede monsters te nemen. Meestal is de hoeveelheid materiaal onvoldoende voor een goede chemische analyse.
Een bijkomend probleem is dat de aanwezigheid in huisstof van een groot aantal vluchtige organische stoffen "normaal" is. Hierdoor is er nauwelijks een verschil te ontdekken tussen monsters van woningen met of zonder fogging.

Verklaringsmodel

Recent verscheen in het blad "Gesundheitslngenieur" een artikel van Moriske e.a. [3] waarin een zeer valide verklaring voor het fenomeen wordt gegeven. Op grond van hun onderzoekingen zijn zij tot de conclusie gekomen dat fogging in woningen veroorzaakt wordt doordat semi-vluchtige weekmakers zich afzetten op koudere oppervlakken waarop zich vervolgens fijn stof hecht.
Met name ftalaten spelen hierbij een belangrijke rol. Ftalaten zijn een groep van weekmakers die veelvuldig worden toegepast. Deze komen o.a. voor in radiatorenlakken en in foamruggen van tapijten. Maar ook in Doe-het-zelf verven, sommige lijmen en latex verven komen ftalaten in relatief hoge concentraties voor. Bij temperaturen onder 20°C worden ftalaten slechts in relatief geringe mate uitgewasemd. Als de temperatuur iets toeneemt, dan neemt de emissie snel toe. Op relatief koudere oppervlakken slaan de ftalaten vervolgens weer neer. Dit zijn bijvoorbeeld matig geïsoleerde dakvlakken en buitenmuren. Geringe verschillen van de oppervlaktetemperaturen beïnvloeden het patroon van neerslaan.

Door het neerslaan van de ftalaten wordt het oppervlak op microschaal 'kleverig'. Het gevolg is dat juist op deze plekken fijn stof zich daar hecht. Het fijne stof maakt het probleem van de ftalaten zichtbaar. Overigens zijn ftalaten zelf transparant en daardoor niet zichtbaar. Het fijne stof kan van verschillende bronnen afkomstig zijn. Zowel van buiten de woning als van bronnen in de woning.

Met het bovenstaande model kunnen een aantal typisch kenmerken van fogging verklaard worden:

  • het moeilijk verwijderen van de aanslag;
  • het verdwijnen in de zomer (hogere temperaturen);
  • de variaties in de samenstelling van de aanslag.

Statische elektriciteit

Uit inventarisaties kwam naar voren dat elektrostatische oplading mede een rol zou kunnen spelen bij fogging. Waarschijnlijk is er slechts een indirect verband. Uit een geval dat in Nederland onderzocht is, bleek dat de relatieve vochtigheid in de woning waarin fogging optrad, bijzonder laag te zijn. De kans op problemen met statische elektriciteit is groter naar mate de vochtigheid daalt. Niet uitgesloten mag worden dat bij een hogere relatieve vochtigheid de ftalaten minder snel hechten aan materialen.

Conclusie

Naast de geelbruin verkleuringen komt fogging in een aantal gevallen ook in aanmerking als oorzaak van de snelle vervuiling van woningen. Het zal meestal niet eenvoudig zijn om deze diagnose te stellen. Eén sterke indicator is het verdwijnen van de vervuiling in de zomermaanden.

Kees Snepvangers, april 2001

Literatuur

  1. Tappier, P.,Damberger, B., en Twrdik, F., Ursachenermittlung und analytische Vorgangsweisen bei Auftreten von Schwarzstaubbelastungen in Gebäuden, AGÖF: Gebäude-standaard 2000: Energie & Raumluftqualität, 1998.
  2. Scholz, H., Quost, A. en Santl, H., Fogging in Innenräumen ausgewählte Fallbeispiele AGÖF: Ökologisches Bauen und Sanieren, 1997.
  3. Moriske, H.-j., Rudolphi, A., Salthammer, T., en Wensing, M., Zum Phänomen der "Schwarzen W ohnungen", aktueller Sachstands bericht, GesundheitsIngenieur, 2000 (6).
   © Copyright TAAK Ned. B.V. All Rights Reserved | Site by OCC | Algemene voorwaarden | Disclaimer