6. Beoordelen binnenklimaat
6.1 Verblijfsruimten
Veel auteurs geven aan dat het belangrijk is dat het binnenklimaat betrokken wordt bij de beoordeling van schades. Hiervoor geven zij echter geen criteria aan. Dit leidt ertoe dat soms op basis van een momentopname van de relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur een uitspraak gedaan wordt over het binnenklimaat. Voor een niet-geventileerde kelder met een constant klimaat is dit misschien geen probleem. Voor andere vertrekken waarin het binnenklimaat door zowel de buitencondities, de vochtproductie in de
ruimte en de ventilatie bepaald wordt, kan een momentopname leiden tot verkeerde conclusies.
Ventilatievoorzieningen dienen in Nederland te voldoen aan het Bouwbesluit 2003. Voor de beoordeling van de voorzieningen in monumenten wordt verwezen naar de norm NEN 8087-1991
‘Ventilatie van gebouwen – Bepalingsmethoden voor bestaande gebouwen’ [16]. De norm is uitsluitend geschikt om de capaciteit van de voorzieningen te beoordelen. Hoewel de beoordeling van de ventilatiecapaciteit indirect wel een aanwijzing is voor het binnenklimaat dat verwacht mag worden, is het niet geschikt voor de beoordeling van het binnenklimaat daar het gebruik van de ventilatievoorzieningen daarbij niet betrokken wordt.
Voor het beoordelen van het binnenklimaat zijn maar weinig instrumenten beschikbaar. Het Van-de-Kooi-diagram [17,18,19] is een weliswaar wat ouder instrument maar het heeft zich in de loop van de jaren bewezen voor woningen die ouder zijn dan 1990. Het diagram is gebaseerd op onderzoek dat omstreeks 1970 door Dr.Ir. Van de Kooi e.a. [19] is uitgevoerd. Uitgangspunt voor het diagram is dat naar mate de temperatuur buiten kouder is, de toename van het absolute vochtgehalte hoger mag zijn zonder dat dit leidt
tot vocht- en schimmelklachten. Om het Van-de-Kooi diagram te kunnen toepassen is het noodzakelijk dat het binnenklimaat – temperatuur en relatieve luchtvochtigheid – gedurende ten minste 14 dagen gemeten wordt. De voorkeur gaat uit naar een periode van 4 weken in de periode tussen half oktober en begin maart als de verschillen tussen de gemiddelde binnen- en buitentemperatuur ten minste 8 à 10 ºC. De registratie van de meetgegevens zou iedere 5 à 10 minuten moeten plaats vinden.
Grafiek 1: Van-de-Kooi diagram
Bron: naar E.Tammes, Heroriëntatie luchtvochtigheid in woningen [18]
In 1997 heeft het Fraunerhofer Institut für Bauphysik als beoordelingscriterium de Feuchtelastfaktor [20] gepubliceerd. Het verschil met het Van-de-Kooi diagram is niet groot, zij het dat bij de berekeningen alles gerelateerd wordt aan een binnentemperatuur van 20 ºC. Er is nog onvoldoende ervaring om te kunnen beoordelen of dit criterium bruikbaar is voor de Nederlandse situatie.
Afb. 9: Berekening Feuchtelastfaktor
Bron: H.M. Künzel, Raumluftfeuchteverhältnisse in Wohnräumen [20]
|