Athene Noctua Advies, bureau voor (bouw)fysica, binnenmilieu en bouwpathologieschimmelgroei tegen een buitenmuur ten gevolge van bouwvochtszoutuitbloei in een historische kelder na het injecteren tegen optrekkend vochtvorstschade gevolge van lekkages
Actueel
Lees de column van Cornelis en Catherina

Vogelaar: 'Ramen moeten open kunnen'
Persbericht Vrom 04-04-08

Minister Vogelaar wil dat in alle ruimten van huizen ramen zitten die open kunnen. Ze zei dit tijdens een debat in de Tweede Kamer over het binnenhuisklimaat. 'Als de aardappelen aanbranden, moet er een raampje open kunnen', aldus Vogelaar.

Tijdens het debat kwam ook een recente uitzending van het tv-programma Zembla ter sprake. Hierin stelde een hoogleraar dat een energiezuinige woning ook een ongezonde woning is. Gezinnen in de Amerfoortse wijk Vathorst klagen over gezondheidsproblemen door het gebruik van het energiezuinige balansventilatiesysteem.

Minister Vogelaar wil snel met de betrokken partijen (gemeente, bouwbedrijven en woningcorporaties) om tafel om de problemen op te lossen.


Gemeentes bereiden zich voor op de ontwikkelingen

De vakgroep Bouwen en Wonen (BoWo) organiseert in april samen met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland een aantal studiebijeenkomsten over het binnenklimaat op scholen aan de hand van de Haagse methode. Aanleiding hiervoor is een reeks onderzoeken waaruit duidelijk blijkt dat het daarmee slecht gesteld is. Het kabinet komt later dit jaar met een convenant, wij komen nu al met de praktijk! Meerdere partijen die al actief bezig zijn het binnenmilieu op scholen te verbeteren laten zien hoe zij dat aanpakken. Meer informatie >>

5.3 Monstername

De wijze waarop een monster van het metselwerk genomen wordt heeft invloed op het vochtgehalte. Bij het hakken verandert het vochtgehalte nauwelijks. Bij het nemen van boorkernen is sprake van een grotere beïnvloeding. Als de monsters middels boren verkregen worden, kan het kritisch worden. Dit hangt af van het toerental van de boormachine en de diameter van de boor. Bij een sneldraaiende boormachine met een boor van Ø 10 mm zal door de warmteontwikkeling tijdens het boren het vochtgehalte van het boormonster beduidend lager zijn dan het feitelijke vochtgehalte van het metselwerk.

In ‘Mauerwerkstrockenlegung’ [12] geven Michael Balak en Anton Pech een aantal richtlijnen om te grote fouten bij boormeel te voorkomen:

  • Temperatuursverhoging ten gevolge van het boren mag niet meer zijn dan 15 ºC. Dit is praktisch te controleren of de boorkop niet warmer wordt dan handwarm (35 – 40 ºC);
  • Toerental van de slagboormachine lager dan 300 omwentelingen per minuut;
  • Boordiameter groter dan 20 mm.
Bij hardere steensoorten is de warmteontwikkeling vaak zodanig dat boormeel vaak niet de goede methode is om het vochtgehalte te bepalen.

Vooral bij boormeel bestaat de neiging de hoeveelheid materiaal dat gebruikt wordt voor de bepaling van het vochtgehalte beperkt te houden. 10 gr is geen uitzondering. Het WTA - Merkblatt 4-5-99/D ‘Beurteilung von Mauerwerk – Mauerwerksdiagnostik’ [2] geeft aan dat gewicht van het boormeel 50 – 100 gr zou moeten bedragen.

De hoeveelheid boormeel zou afgestemd moeten worden op het te verwachten vochtgehalte van het metselwerk. Bij een zeer hoog vochtgehalte – > 10 % – is het gewicht van het monster niet meer kritisch. Bij een vochtgehalte van enkele procenten is een grotere nauwkeurigheid nodig. Daarom moet in die gevallen het gewicht van het monster groter zijn.

<<Terug Inhoud Verder >>
   © Copyright TAAK Ned. B.V. All Rights Reserved | Site by OCC | Algemene voorwaarden | Disclaimer