Water in de kruipruimte
In de uitzending van Kassa van 24 maart 2007 kwam water in de kruipruimte aan
bod. Een aantal bewoners van nieuwbouwwoningen in Amsterdam Zuidoost zijn bang
dat ze ziek worden van het grondwater in hun kruipruimte. Er zijn nog geen
vochtproblemen op de muren van de woning zichtbaar. Wel hebben ze last van stank
en muggen.
Er werd door de deskundige van TNO, de heer Van de Ven, een betoog gehouden dat door het verlagen van de grondwaterstand de problemen zouden
verdwenen. Dit werd bevestigd door een Tweede Kamerlid.
Het is jammer dat
er geen bouwfysicus aan het woord gekomen is. Die had kunnen vertellen dat de
kans groot is dat de problemen met de muggen door het verlagen van de
grondwaterstand zullen verdwijnen. Dat geldt niet of slechts ten dele voor de
stankproblemen en ook niet voor het vochtige binnenklimaat in de
woningen.
Behalve in kruipruimten met een folie op de grond heerst er ook
zonder water in de kruipruimte een hoge relatieve vochtigheid in de kruipruimte.
Meestal meer dan 90 à 95%. In de kruipruimten van woningen gebouwd op hoge
zandgronden kan het in de winterperiode lager zijn.
Omdat dit een gegeven
is, zijn er in het Bouwbesluit, waaraan TNO sterk betrokken was, eisen opgenomen
voor de luchtdichtheid van de begane grondvloer. Met deze eisen wordt voorkomen
dat (teveel) vochtige lucht uit de kruipruimte in de woning komt. Heel bewust is
er voor gekozen om geen eisen aan water in de kruipruimte te stellen. Het zou
namelijk geen kennelijk effect hebben.
Wat mij verbaast is dat de
deskundige kennelijk niet nagedacht heeft over hoe de muggen in de woningen
komen. Vrijwel zeker komen deze muggen binnen langs de doorvoeringen in de
begane grondvloer voor de riolering, waterleidingen etc. Aannemers en
loodgieters vergeten nogal eens deze goed af te dichten. De bewoners van deze
woningen zouden geholpen zijn als de luchtdichtheid van de begane grondvloer
getest zou worden.
Uit mijn eigen praktijk weet ik dat er twee situaties
zijn waarbij de eisen van het Bouwbesluit onvoldoende zijn. Dit geldt voor het
geval dat de stank in de kruipruimte te sterk is. Dat kan het gebeuren als de
stank door de begane grondvloer onvoldoende wordt tegengehouden. Het kans hierop
is met name groot bij de zogeheten "broodjesvloeren" die bestaan met betonnen
balkjes met daartussen isolatie-elementen. Vanwege de geringe dikte biedt de
druklaag van beton onvoldoende weerstand tegen de stank.
De eisen van het
Bouwbesluit zijn ook onvoldoende als onder de woning de slecht geïsoleerde
buizen van de verwarming lopen. Als de kruipruimte te zeer verwarmd (boven
kamertemperatuur) wordt dan bieden de lichte vloerconstructie onvoldoende
weerstand tegen het damptransport.
De woningen uit het voorbeeld van
Kassa zijn nieuwbouwwoningen. Het zou mij niet verbazen dat ze voorzien zijn van
een gebalanceerd ventilatiesysteem. Helaas gebeurt het tevaak dat de bewoners
opgezadeld worden om geluidsoverlast door deze systemen daar ze niet goed
aangelegd zijn. Uit de wijk Vathorst bij Amersfoort weten we dat geluidsoverlast
leidt tot het uitschakelen van het ventilatiesysteem met als gevolg dat er geen
ventilatie is. Ik denk dat deze mensen meer geholpen zijn als ook daaraan
eens goed gekeken wordt. De focus op het water in de kruipruimte is mij veel te
éénzijdig.
Terug
|